Verkeerde eed

Wanneer blijkt dat meerdere raadsheren en advocaten-generaal op onjuiste wijze zijn beëdigd door een abusievelijke verwisseling van tekst, leidt dit tot grote vragen over de rechtsgeldigheid van honderden strafrechtelijke en belastingrechtelijke uitspraken.

Artikel 5g lid 1 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (WRRA) bepaalt dat rechterlijke ambtenaren de eed of belofte afleggen voorafgaand aan indiensttreding. Onder rechterlijke ambtenaren worden rechters en raadsheren (rechters in hoger beroep) verstaan. Daarnaast bestaat er een ambtseed voor gerechtsambtenaren (overige medewerkers van een rechtbank of hof), die qua essentie en tekst sterk overeenkomt met de eerstgenoemde ambtseed.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch

In 2022 is bij het hof ’s-Hertogenbosch de verkeerde eed door maar liefst 30 raadsheren en 7 advocaten-generaal (officieren van justitie in hoger beroep) afgelegd. In sommige gevallen was de voorgelezen tekst wel juist, maar was de voorzitter die de tekst voorlas zelf niet op de juiste wijze beëdigd.

Om deze fout te corrigeren beloofde het hof ‘s-Hertogenbosch vervolgens dat alle onjuist beëdigde raadsheren en advocaten-generaal voor hun eerstvolgende zitting correct zouden worden beëdigd. Toch heeft het hof vast kunnen stellen dat ongeveer 400 strafzaken en 700 belastingzaken plaats hebben gevonden met een onjuist beëdigde raadsheer of advocaat-generaal.

De onbevoegdheid van deze raadsheren en advocaten-generaal ten tijde van deze zittingen kan niet worden teruggedraaid. Wat volgens het hof wel een oplossing biedt, is dat de procespartijen in cassatie gaan, zodat door de Hoge Raad kan worden besloten dat het hof de zaak opnieuw moet afdoen met een op de juiste manier beëdigde raadsheer of advocaat-generaal. Er zijn echter ook zaken waarin cassatie niet meer mogelijk is, onherroepelijke zaken. En in die zaken is volgens de uitspraak Meavita (2016) van de Hoge Raad na verloop van de cassatietermijn geen beslissing van het hof over de zaak meer mogelijk.

Al zou het hof deze slordigheid willen corrigeren, is dit met terugwerkende kracht dus niet mogelijk zonder tussenkomst van de Hoge Raad. Het hof ’s-Hertogenbosch bood dan ook haar excuses aan voor de onzekerheid omtrent de geldigheid van de uitspraken die dit bij de betrokken partijen heeft veroorzaakt. Daarnaast verzekert het hof ’s-Hertogenbosch dat zij maatregelen heeft genomen om een soortgelijke fout in de toekomst te kunnen voorkomen.

Hoge Raad

Een aantal maanden nadat het hof ‘s-Hertogenbosch deze fout naar buiten heeft gebracht, heeft de Hoge Raad hierop gereageerd. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de onjuiste beëdiging niet leidt tot vernietiging van de uitspraken in de honderden straf- en belastingzaken. Als argument benoemt de Hoge Raad dat de ambtseden sterk gelijkend zijn aan elkaar. De verschillen zijn namelijk slechts dat rechterlijke ambtenaren de eed afleggen dat zij met onzijdigheid en zonder aanzien van personen het ambt zullen beoefenen en daarnaast beloven zij geen giften aan te nemen van procespartijen. Gerechtsambtenaren verklaren daarentegen dat zij hun taken plichtsgetrouw en nauwgezet zullen uitoefenen.

De Hoge Raad oordeelt, dat ondanks onjuiste beëdiging, de verschillen in eed los moet worden gezien van de bevoegdheid die de raadsheren en advocaten-generaal hadden bij de uitoefening van hun ambt. De raadsheren en advocaten-generaal hebben bij beëdiging namelijk verklaart dat het ambt niet op onoorbare wijze is verkregen en zij hebben de verantwoordelijkheden en verplichtingen gekoppeld aan het ambt aanvaard. Ook hebben zij de belofte aan de Koning afgelegd en zich verbonden aan de naleving van zowel de Grondwet, als alle overige wetten.

De onjuist beëdigde raadsheren en advocaten-generaal hebben zich in die periode dus wel gedragen naar de kernwaarden en wet- en regelgeving van juist beëdigde raadheren. Dit leidt er volgens de Hoge Raad toe dat de rechtskracht van de uitspraken in de straf-en belastingzaken niet is aangetast door de onjuiste beëdiging en dat die uitspraken dan ook niet slechts om die reden kunnen worden vernietigd.

De Hoge Raad acht het wel van belang dat de raadsheren en advocaten-generaal opnieuw, volgens de juiste eed, worden beëdigd, gezien de waarde gehecht aan de beëdiging. Inmiddels is dit ook gebeurd. Ondanks de erkenning en verbetering van deze slordigheid door het hof ‘s-Hertogenbosch, is door de Hoge Raad dus geen gevolg verbonden aan de onjuiste wijze van beëdiging van de Bossche raadsheren en advocaten-generaal.

Mocht u vragen hebben over de verschillende ambtseden die kunnen worden afgelegd of over de geldigheid van een uitspraak, dan is het belangrijk dat u een advocaat inschakelt. Onze advocaten kunnen u helpen. Wordt u (mogelijk) verdacht van een strafbaar feit of heeft u een andere vraag? Neem dan vooral vrijblijvend contact op.
Van de Wijngaart & Silvis Strafzaken