Verborgen ruimte in voertuig
Sinds 1 januari 2026 stelt artikel 189a lid 1 Sr het strafbaar om een voertuig toe te rusten of in te richten met een verborgen ruimte. De verborgen ruimte dient kennelijk bedoeld te zijn om de opsporing van strafbare feiten te beletten of te bemoeilijken. Deze kennelijke bestemming dient op objectieve wijze te worden afgeleid uit de uiterlijke verschijningsvorm. Opzet op een specifiek delict is niet nodig. Verder moet het gaan om aanpassingen die aan het voertuig zijn gedaan, nadat het vervoermiddel door de fabrikant is verkocht. Fabriekseigen aangebrachte ruimtes voor het opbergen van waardevolle spullen vallen derhalve niet onder de strafbepaling. Maar ook wanneer iemand de verborgen ruimte in een voertuig heeft aangebracht met de duidelijke intentie om waardevolle spullen aan het zicht te onttrekken is er sprake van een legitiem doel. Met dit legitieme doel valt de strafbaarheid van de gedraging weg.
Voorwaardelijk opzet
In het tweede lid wordt het voorhanden hebben van een vervoermiddel, wetende dat hierin een verborgen ruimte is ingericht strafbaar gesteld. Het lid vereist opzet op het voorhanden hebben van een voertuig met een verborgen ruimte. De wettekst ‘wetende dat’ impliceert dat voorwaardelijk opzet hiervoor voldoende is. Het bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden dat het voertuig dat voorhanden is, de verboden verborgen ruimte bevat, is derhalve voldoende om aan het vereiste van opzet te voldoen.
Voorhanden hebben
Het voorhanden hebben van een voertuig veronderstelt de feitelijke zeggenschap over het vervoermiddel. Hiervoor is niet vereist dat het vervoermiddel zich in de fysieke nabijheid van de verdachte bevindt. De eigenaar op wiens naam het voertuig staat, maar ook de bestuurder voldoet in ieder geval aan het vereiste van voorhanden hebben. Mede-inzittenden voldoen niet aan dit vereiste. Zowel lid 1 als 2 kennen een strafbedreiging van maximaal twee jaar of een geldboete van de derde categorie. Wanneer de verdachte van het feit als omschreven in het eerste lid een beroep dan wel gewoonte maakt, wordt het feit zwaarder bestraft. Het derde lid bepaalt dat in dit geval een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of een geldboete van de vierde categorie kan worden opgelegd.
Wanneer tijdens een controle zowel een verborgen ruimte als daarin ook een hoeveelheid geld dan wel drugs wordt aangetroffen ligt het in de rede dat de vervolging zal zien op witwassen dan wel het aanwezig hebben van drugs. De nieuwe bepaling zal derhalve vooral relevant zijn in het geval er geen verboden middelen in de verborgen ruimte worden aangetroffen.
Aanpak ondermijnende criminaliteit
Het doel van de bepaling is het versterken van de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Verborgen ruimtes dienen, volgens de wetgever, als middel om de opsporingsdiensten te misleiden. De opsporingsdiensten ervaarde een leemte in de wet, omdat zij bij het aantreffen van een verborgen ruimte vrij weinig konden doen. Vervolging voor strafbare voorbereiding (artikel 46 Sr) of medeplichtigheid (artikel 48 Sr) was mogelijk, maar gelet op het vereiste opzet op een specifiek misdrijf, moeilijk te bewijzen. Artikel 1:37 van de algemene douanewet kende wel al de mogelijkheid om een vervoermiddel met een verborgen ruimte, kennelijk bestemd om goederen aan het toezicht te onttrekken, in beslag te nemen. Met deze nieuwe bepaling is het voor de autoriteiten in dergelijke gevallen mogelijk om tot vervolging over te gaan.
Inmiddels is de eerste gepubliceerde uitspraak over artikel 189a Sr verschenen. In de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 7 juli 2026 (
ECLI:NL:RBOBR:2026:4763) stond een verdachte terecht die een personenauto voorhanden had waarin een verborgen ruimte was aangebracht. In deze verborgen ruimte werd ruim 5,5 kilogram heroïne aangetroffen. De verdachte wist dat de auto over een verborgen ruimte beschikte en wist dat daarin drugs waren verborgen. De rechtbank achtte daarmee bewezen dat hij het voertuig voorhanden had, terwijl hij wist dat dit was toegerust met een verborgen ruimte die kennelijk was bestemd om de opsporing van strafbare feiten te beletten of te bemoeilijken. Daarmee werd artikel 189a lid 2 Sr voor het eerst in een gepubliceerde uitspraak daadwerkelijk toegepast. De verdachte werd voor het vervoeren van de heroïne en het voorhanden hebben van het voertuig met de verborgen ruimte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Mocht u zijn aangemerkt als verdachte van het voorhanden hebben dan wel vervaardigen van een voertuig met een verborgen ruimte, dan is het belangrijk dat u een advocaat inschakelt.
Onze advocaten kunnen u helpen. Wordt u (mogelijk) verdacht van dit feit of heeft u een andere vraag? Neem dan vooral vrijblijvend
contact op.