Gratie

Een onherroepelijke straf is vaak het definitieve einde van een strafzaak. Toch zijn er situaties denkbaar waarbij de volledige tenuitvoerlegging van de straf niet meer wenselijk is. In deze situaties kan gratie worden verleend. Met het verlenen van gratie kan de opgelegde straf of maatregel worden verminderd, kwijtgescholden of aangepast. Gratie is geen procedure waarin de strafzaak opnieuw inhoudelijk wordt behandeld, maar een instrument dat ertoe dient om te beoordelen of de opgelegde straf nog wel rechtvaardig is.

De Gratiewet noemt twee gronden waarop gratie kan worden verleend. De eerste grond ziet op de omstandigheden waarmee de rechter ten tijde van de veroordeling geen of onvoldoende rekening heeft kunnen houden. Te denken valt hierbij aan een langdurige ziekte die pas na veroordeling is ontstaan. De tweede grond ziet op de situatie waarin de tenuitvoerlegging van de straf of de voortzetting daarvan geen redelijk strafdoel meer dient. Een straf dient een bijdrage te leveren aan de doelen van het strafrecht, zoals vergelding, preventie en resocialisatie. Zodra een straf niet meer de doelen dient waarvoor hij is opgelegd, kan dit een grond voor gratie vormen.

De gratieprocedure

Een gratieprocedure begint met het indienen van een gratieverzoek bij de Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Nadat het verzoek is ontvangen, beoordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid of de tenuitvoerlegging van de straf tijdelijk moet worden opgeschort, totdat op het gratieverzoek is besloten. Vervolgens wordt het verzoek aan de rechter voorgelegd die de straf heeft opgelegd. De rechter geeft dan een advies op het gratieverzoek. Aanvullend kan ook aan deskundigen, het Openbaar Ministerie en andere instanties een advies worden gevraagd. De eindbeslissing tot het verlenen van gratie ligt namens de Koning bij de minister. De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat aan het advies van de rechter een groot gewicht toekomt. In beginsel volgt de minister het advies van de rechter, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen. In dat geval kan de minister gemotiveerd van het advies afwijken.

Er zijn drie verschillende vormen waarin gratie kan worden verleend: onvoorwaardelijke gratie, gratie onder opschortende voorwaarde en gratie onder ontbindende voorwaarde. De verschillende vormen van gratie kunnen ook onderling met elkaar worden gecombineerd. Bij onvoorwaardelijke gratie wordt de opgelegde straf direct verminderd of gewijzigd zonder dat hier voorwaarden aan verbonden zitten. Bij gratie onder opschortende voorwaarde kan de gratie pas worden verleend als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Bij gratie onder ontbindende voorwaarde kan de gratie op een later moment alsnog worden ingetrokken als aan de opgelegde voorwaarden niet wordt voldaan.

De gratieprocedure voor levenslanggestraften

De gratieprocedure rond levenslanggestraften heeft in de afgelopen jaren een aantal ontwikkelingen doorlopen. Nadat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat een levenslange gevangenisstraf zonder reële mogelijkheid tot herbeoordeling in strijd is met het recht op een menswaardige behandeling, is in 2017 een herbeoordelingsprocedure ingevoerd. Sindsdien vindt na 25 jaar detentie een eerste advies plaats door het Adviescollege Levenslanggestraften.

Het Adviescollege adviseert de minister over de vraag ‘voor welke re-integratieactiviteiten een levenslanggestrafte in aanmerking komt’. Om tot dit advies te komen, kan het Adviescollege inlichtingen inwinnen bij verschillende instanties die zijn betrokken bij de tenuitvoerlegging van de straf. In beginsel is de minister verplicht het advies van het Adviescollege te volgen. De minister kan alleen van het advies afwijken als hij hiertoe gemotiveerde redenen geeft.

Vervolgens start na uiterlijk drie jaar ambtshalve een gratieprocedure, waarin wordt beoordeeld of verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf nog steeds rechtvaardig is. De gratieprocedure verloopt in principe hetzelfde als bij de procedure van niet-levenslange gevangenisstraffen. Het enige verschil is dat tijdens de gratieprocedure voor levenslanggestraften het Adviescollege Levenslanggestraften de minister over het verloop van de procedure informeert.

Hoewel hiermee een zeer belangrijke ontwikkeling is ingezet, blijft de procedure tot het verlenen van gratie voor levenslanggestraften een ingewikkeld proces. Het is voor een levenslanggestrafte niet eenvoudig om hiervoor in aanmerking te komen. Mr. Troost heeft met succes een levenslanggestrafte cliënt bijgestaan in zijn gratieprocedure. Tot op heden is hij de enige levenslanggestrafte aan wie via de nieuwe procedure gratie is verleend.

Heeft u vragen over gratie of wilt u een gratieverzoek indienen? Onze advocaten staan u graag bij en kunnen u adviseren over de mogelijkheden. Neem gerust vrijblijvend contact met ons op.

Van de Wijngaart & Silvis Strafzaken