Criminele burgerinfiltrant
De inzet van een criminele burgerinfiltrant is één van de meest ingrijpende opsporingsmiddelen die het Openbaar Ministerie tot zijn beschikking heeft. In dit uitzonderlijke geval wordt een burger met een criminele achtergrond ingezet om te infiltreren in een gesloten criminele organisatie. Voor een verdachte kan dit grote gevolgen hebben, juist omdat de betrouwbaarheid en rechtmatigheid van deze methode regelmatig ter discussie staan.
In deze blog leggen we uit wanneer een criminele burgerinfiltrant mag worden ingezet, welke voorwaarden daarvoor gelden en wat dit kan betekenen voor de verdediging in een strafzaak.
Wat is een criminele burgerinfiltrant?
Een burgerinfiltrant is een burger die onder strikte controle van politie en justitie deelneemt aan een groep waarin vermoedelijk ernstige strafbare feiten worden gepleegd of beraamd. Als deze persoon zelf afkomstig is uit het criminele circuit waarin wordt geïnfiltreerd, spreken we van een criminele burgerinfiltrant.
Een bekend voorbeeld van een zaak waarbij een criminele burgerinfiltrant is ingezet is de
Vidar-zaak. In deze zaak werden leden van de Hells Angels verdacht van betrokkenheid bij internationale drugshandel. Doordat dit een zeer gesloten organisatie was, bleek de inzet van een politie-infiltrant niet mogelijk en dus werd er gekozen voor de inzet van een criminele burgerinfiltrant uit het eigen netwerk van de groep.
Risico’s
De inzet van een criminele burgerinfiltrant kan raken aan fundamentele rechtsbeginselen. De overheid werkt namelijk samen met personen die zelf strafbare feiten hebben gepleegd en mogelijk een eigen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek. Dat brengt risico’s met zich mee voor de betrouwbaarheid van verklaringen en de eerlijkheid van het proces.
Het is dan ook niet voor niets dat er een algemeen verbod gold op deze vorm van infiltratie. Pas
sinds 2014 is dit verbod komen te vervallen, en dan nog mag er alleen een criminele burgerinfiltrant worden ingezet als aan de strikte voorwaarden wordt voldaan. In de praktijk wordt het middel dan ook zelden ingezet.
Wanneer mag een criminele burgerinfiltrant worden ingezet?
De wettelijke basis voor de inzet is te vinden in artikel 126w van het Wetboek van Strafvordering. Daaruit volgt dat de inzet alleen is toegestaan als het onderzoek dit dringend vordert, het gaat om verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis openstaat en dit misdrijf een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, zoals grootschalige drugshandel.
Er zijn een aantal belangrijke eisen waar aan voldaan moet zijn:
- Proportionaliteit: De inzet moet proportioneel zijn. Dit wil zeggen dat de infiltratie in verhouding moet staan tot de ernst van de strafbare feiten en het doel van de infiltratie.
- Subsidiariteit: Er moet zijn voldaan aan de subsidiariteitseis. Dit betekent dat de infiltratie alleen mag worden ingezet, als lichtere opsporingsbevoegdheden niet hetzelfde resultaat kunnen bereiken. Zo moet er eerst worden gekeken of er niet een politieagent kan worden ingezet als infiltrant.
- Uitlokkingsverbod: Het is belangrijk dat de criminele burgerinfiltrant een verdachte niet mag brengen tot het plegen van strafbare feiten, die hij niet op voorhand voornemens was te plegen. Kort gezegd, strafbare feiten mogen niet worden uitgelokt.
Verder blijken aanvullende vereisten uit de
motie-Recourt. Zo moet het gaan om zware criminelen of criminele organisaties. De inzet moet zorgvuldig plaatsvinden, in hoge uitzonderingsgevallen en onder strikte waarborgen. Verder moet het gaan om een zeer gesloten groep, moet de inzet kort zijn en mag er geen groei-infiltrant worden ingezet.
Formele voorwaarden
Naast de inhoudelijke vereisten, gelden er ook formele voorwaarden. Zo vereist de inzet van een (criminele) burgerinfiltrant de toestemming van het College van procureurs-generaal, na advies van de Centrale Toetsingscommissie. Vervolgens moet de beslissing tot inzet worden voorgelegd aan de Minister van Justitie en Veiligheid.
Wanneer spreekt men van een ‘criminele’ burgerinfiltrant
Niet iedere burgerinfiltrant met een strafblad is automatisch een criminele burgerinfiltrant. Bij het bepalen of iemand kwalificeert als criminele burgerinfiltrant wordt onder andere gekeken naar de volgende punten volgens de
Aanwijzing opsporingsbevoegdheden van het Openbaar Ministerie:
- De mate waarin de burger actief is in hetzelfde criminele veld.
- Of de burger infiltreert in het criminele milieu waarin hij zelf verkeert.
- Of zijn strafrechtelijk verleden relevant is voor het onderzochte feit.
Onrechtmatige inzet?
De inzet van een criminele burgerinfiltrant brengt zoals eerder besproken aanzienlijke risico’s met zich mee. Als niet wordt voldaan aan de wettelijke of formele voorwaarden, heeft dit gevolgen. Het kan zijn dat de criminele burgerinfiltrant helemaal niet ingezet had mogen worden. Het kan ook dat de criminele burgerinfiltrant wel ingezet mocht worden, maar dat dit niet op de juiste manier is gebeurd, dan spreekt men van een vormverzuim. Dit kan verschillende gevolgen hebben:
- Strafvermindering
- Uitsluiting van bewijs
- In uitzonderlijke gevallen zelfs niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, maar dit komt bijna nooit voor
Tot slot
De inzet van een criminele burgerinfiltrant is geen standaard opsporingsmiddel en mag alleen in uitzonderlijke situaties worden ingezet. Juist vanwege de grote impact op de rechten van de verdachte is een kritische toets door de verdediging essentieel.
Mocht u zijn aangemerkt als verdachte waarbij een criminele burgerinfiltrant is ingezet, dan is het belangrijk dat u een advocaat inschakelt.
Onze advocaten kunnen u helpen. Neem dan vooral vrijblijvend
contact op.